Mijn manager vroeg hoe het met me ging.
Mijn antwoord was: “op en af.”
Terwijl ik eigenlijk dacht: als ik eerlijk ben gaat het momenteel gewoon niet goed.
Ik merk dat ik het moeilijk vind om dat hardop te zeggen. Alsof het inmiddels beter zou moeten gaan. Alsof anderen misschien verwachten dat ik kan zeggen dat het beter gaat. Of alsof “het gaat niet goed” te zwaar klinkt.
Dus maak ik er “op en af” van.
Niet gelogen. Er zijn betere momenten en slechtere momenten.
Maar wel afgezwakt.
Ik begin steeds meer te merken hoe automatisch ik probeer iets draaglijker te maken voor de ander. Terwijl het voor mijn herstel misschien juist belangrijk is om niet alleen te zeggen wat sociaal prettig klinkt, maar wat werkelijk klopt.
Vandaag was dat eigenlijk:
Het gaat nog niet goed.
En blijkbaar vind ik dat nog steeds moeilijk om gewoon te mogen zeggen.