
Dit is een zo volledig mogelijke samenvatting van mijn dag, vanaf het moment dat ik opstond totdat ik naar bed ging. De dag laat goed zien hoe mijn leven er momenteel uitziet: veel vermoeidheid, voortdurende food noise, twijfel over eten en allerlei strenge of tegenstrijdige regels in mijn hoofd. Tegelijkertijd probeer ik steeds opnieuw te onderscheiden wat mijn lichaam aangeeft en wat voortkomt uit angst of mijn eetstoornis.
23 juli 2026 – Ochtend
Ik had beter geslapen dan de dagen ervoor en had minder last van mijn rug. Toch voelde ik me bij het opstaan nog steeds moe. Ik had helemaal geen honger en mijn maag voelde nog wat van streek door de wafels die ik de avond ervoor had gegeten.
Ik zei bewust tegen mezelf:
“Vandaag is een nieuwe dag met nieuwe keuzes.”
Ik had niet genoeg energie om uitgebreid te douchen, dus waste ik me met een washandje en kleedde ik me aan. Daarna ging ik met Bennie naar buiten. Tijdens het wandelen zette ik bewust mijn noise-cancelling koptelefoon op om mezelf wat rustiger te houden en prikkels te verminderen. Dat hielp merkbaar.
Na de wandeling speelde ik nog even met Bennie. Vervolgens ging ik aan tafel zitten om mijn overnight oats te eten. Ik probeerde mijn aandacht echt bij het eten te houden. Ik merkte dat ik weinig honger had en na ongeveer de helft eigenlijk al genoeg had gehad. In plaats van automatisch door te eten, deed ik het potje dicht en zette ik het terug in de koelkast voor later of de volgende dag. Dat voelde spannend omdat mijn hoofd direct begon:
- Misschien eet ik te weinig.
- Je hoort je ontbijt toch op te eten.
- Krijg je zo wel genoeg binnen?
Toch liet ik het staan.
Boodschappen en opruimen
Daarna ging ik even boodschappen doen. Ook in de supermarkt hield ik mijn koptelefoon op, waardoor ik minder last had van de drukte en de prikkels om me heen.
Toen ik thuiskwam, ruimde ik de boodschappen op, maakte ik eiersalade voor de lunch, deed ik de afwas en maakte ik een ijskoffie. Ik deed dat allemaal ondanks mijn vermoeidheid. Vooral omdat ik weet dat de drempel om zulke dingen te doen later op de dag vaak nog groter wordt wanneer ik ze laat liggen. Bovendien zou ik bezoek krijgen en wilde ik het huis in ieder geval een beetje opgeruimd hebben.
De eerste food noise van de dag
Toen ik met mijn ijskoffie op de bank zat, kwam de food noise alweer op. Ik was meteen bezig met de eiersalade en met de vraag wanneer ik mocht lunchen, terwijl ik eigenlijk geen duidelijke lichamelijke honger voelde.
Ik probeerde te onderzoeken waar ik precies behoefte aan had. Het leek vooral te gaan om:
- de smaak van de eiersalade;
- de crunch van de crackers;
- het volle gevoel na het eten;
- en de geruststelling dat er een volgend eetmoment aankwam.
Ik merk dat ik vaak denk:
“Ik kan straks dit nemen.“
Of:
“Om half één kan ik lunchen.“
Zo’n volgend eetmoment helpt me soms om de tijd door te komen wanneer mijn gedachten veel met eten bezig zijn. Het geeft rust, alsof ik iets heb om me aan vast te houden.
Lunch: crackers met eiersalade
Ik maakte twee volkoren crackers met eiersalade. Na de eerste cracker voelde ik dat die vrij zwaar in mijn maag lag. Het voelde niet als een prettig verzadigd gevoel, maar meer alsof er gewoon een droge cracker in mijn maag zat die nog verwerkt moest worden. Daardoor wist ik niet goed of ik nog honger had.
In mijn hoofd ontstonden meteen allerlei gedachten:
- Eén cracker is niet genoeg.
- Je hebt er twee gemaakt.
- Weggooien is zonde.
- Je moet genoeg voedingsstoffen binnenkrijgen.
- Anders krijg je straks honger.
- Dan verlies je spieren.
- Dan kun je straks niet meer hardlopen.
Uiteindelijk gooide ik de tweede cracker weg. Daarmee probeerde ik bewust het idee te doorbreken dat ik iets moet opeten omdat weggooien zonde is. De overgebleven eiersalade deed ik terug in het bakje.
Daarna nam ik toch nog één hap eiersalade. Vrijwel direct kwam de gedachte:
“Zie je wel, je had dat niet nodig.“
Achteraf besefte ik dat ik door die ene hap misschien iets voller was geworden, maar dat mijn schuldgevoel veel groter was dan het daadwerkelijke lichamelijke effect ervan.
Wandeling en yoga
Na de lunch voelde ik me onrustig. Ik besloot een groter rondje door het bos te wandelen, over mijn favoriete route. Bennie liep goed mee en ik hoefde hem nauwelijks aan te moedigen. Na ongeveer twintig minuten merkte ik dat ik rustiger werd.
Tijdens het wandelen kreeg ik zin in galiameloen. Tegelijkertijd realiseerde ik me dat ik ook dorst had. Toen ik thuiskwam, dronk ik daarom eerst een glas drinken.
Vervolgens zette ik een timer van dertig minuten voordat ik iets zou eten, omdat ik wilde oefenen met de eettechnieken van de obesitas kliniek. Ik merkte alleen dat die timer al snel begon te voelen als een verbod:
“Je mag nog niet eten.”
Om niet alleen maar op de tijd te letten, deed ik een korte en rustige yoga- en stretchsessie via YouTube. Daarmee probeerde ik mezelf te ontspannen en mijn lichaam wat rust te geven. Dat deed me goed.
Galiameloen
Na de yoga besloot ik ongeveer honderd gram galiameloen te nemen, na eerst een hele discussie te hebben gevoerd in mijn hoofd over hoeveel “goed” was. Ik ging ermee aan tafel zitten en probeerde de meloen bewust te eten.
Tijdens het eten dacht ik:
- 100 gram is de aanbevolen portie.
- 200 gram krijg je ook makkelijk op.
- Het is maar meloen, zit toch weinig calorieën in.
- Waarom zou je meer nemen?
- Omdat je meer op kunt wil niet zeggen dat je het moet eten.
Na afloop had ik qua smaak best nog meer gewild, maar mijn maag leek voldoende te hebben gehad. Ik besloot daarom te stoppen. Juist omdat ik weet dat mijn hoofd bijna altijd zegt:
“Eet meer.“
Achteraf bleek de portie eigenlijk precies goed te zijn. Dat gaf me vertrouwen dat een kleinere hoeveelheid soms daadwerkelijk voldoende kan zijn, ook wanneer mijn hoofd daar eerst aan twijfelt.
Op bezoek bij mijn nichtje
Mijn nichtje belde met de vraag of ik spelletjes kwam doen. Ik nam mijn ijskoffie mee en stopte voor de zekerheid ook een eiwitreep in mijn tas. Die heb ik daar opgegeten.
Even later wilden mijn nichtje en mijn moeder een chocolaatje nemen. Ze vroegen of ik er ook een wilde. Eigenlijk had ik daar wel zin in, maar ik zei nee.
De gedachte daarachter was vooral:
“Ik mag nu geen chocolade.“
Achteraf liet dat moment me opnieuw zien hoe sterk het denken in wel mogen en niet mogen nog aanwezig is.
Dorst of honger?
Toen ik later thuiskwam, dacht ik dat ik honger had. Tegelijkertijd realiseerde ik me dat ik die dag nog maar weinig had gedronken. Daarom maakte ik eerst water voor mezelf. Ik besloot dat op te drinken tot ongeveer vijf uur en daarna nog een halfuur te wachten voordat ik opnieuw zou beoordelen of ik echt iets wilde eten.
Ook toen kwamen er weer twee tegengestelde stemmen op:
“Goed gedaan, je zit mooi op schema.“
En:
“Dit is veel te weinig. Hier kun je niet van leven. Je moet meer eten en meer eiwitten nemen.“
Het voelt vaak alsof ik tussen die twee uitersten heen en weer word getrokken. De ene kant waarschuwt dat ik te veel eet, terwijl de andere kant zegt dat ik juist gevaarlijk weinig binnenkrijg.
Avondeten
Tijdens het avondeten probeerde ik bewust te voelen wanneer ik genoeg had gehad. Opnieuw lukte het me niet goed om daar een duidelijk antwoord op te krijgen.
Na het eten voelde ik me niet overvol. Wel had ik het gevoel dat het eten vrij gemakkelijk terug omhoog zou kunnen komen in mijn slokdarm. Daardoor dacht ik dat ik misschien net iets voorbij mijn prettige punt was gegaan.
Sociale energie en grenzen aangeven
Mijn moeder belde om te vragen of ik de volgende ochtend mee wilde ontbijten bij de Intratuin. In eerste instantie twijfelde ik.
Daarna bedacht ik dat ik de volgende avond sowieso al bij haar zou eten en dat ik die dag ook nog bezoek zou krijgen. Ik had eigenlijk weinig behoefte aan nóg een sociale afspraak en was bang dat twee afspraken op één dag te veel energie zouden kosten.
Uiteindelijk appte ik dat ik niet meeging, omdat twee activiteiten op één dag waarschijnlijk te vermoeiend voor me zouden zijn. Dat voelde als luisteren naar mijn energie in plaats van mezelf overal doorheen slepen.
Zoettrek na het eten: de suikerwafels
Ongeveer een halfuur na het avondeten kreeg ik sterke trek in iets zoets. Mijn gedachten gingen meteen naar de twee suikerwafels die nog in de kast lagen.
Vrijwel direct kwamen er allerlei argumenten op:
- Ik heb vandaag weinig calorieën gehad, dus dit kan wel.
- Dan zijn ze tenminste weg.
- Op is op.
- Ik kan ze beter nu eten dan er de hele avond aan blijven denken.
Ik probeerde mezelf nog af te remmen. Ik dacht dat ik misschien eerst met Bennie kon gaan wandelen.
Uiteindelijk at ik één suikerwafel. Ik zei bewust tegen mezelf:
“Eén is genoeg. Ik leg de tweede weg.“
Bijna onmiddellijk kwam er echter een nieuwe gedachte:
“Morgen is hij misschien niet meer lekker. Dan droogt hij uit.“
Daardoor pakte ik toch de tweede wafel.
Het gevolg was een flinke vastloper en dumping door mijn gastric bypass. Ik werd misselijk, kreeg hartkloppingen en moest uiteindelijk overgeven. Daarna voelde ik me ontzettend verdrietig. In mijn hoofd leek de hele dag ineens mislukt, vooral omdat die twee wafels direct voelden als een enorme caloriefout.
Daarna: behoefte aan hartig en aan veiligheid
Later nam ik nog twee kipspiesjes, omdat ik zin had in iets hartigs. Ik had geen honger en was eigenlijk nog steeds misselijk, maar verlangde naar een hartige smaak en naar iets met eiwitten.
De kipspiesjes riepen weinig emotie op. Ze voelen voor mij als “veilig” eten.
Daarnaast maakte ik een kop cafeïnevrije koffie, omdat ik behoefte had aan iets warms. Ik hoopte dat het me zou helpen ontspannen en mijn maag wat rust zou geven.
Voor het slapen: Google, calorieën en spierverlies
Ik wilde op tijd naar bed, maar keek toch nog even op mijn telefoon. Dat mondde uit in een lange zoektocht via Google en AI naar activiteitenniveaus, caloriebehoefte, spierverlies en eiwitten.
Daardoor begon ik weer enorm aan mezelf te twijfelen. Ik dacht onder andere:
- Misschien eet ik veel te weinig.
- Ik moet meer eten.
- Anders verlies ik spieren.
- Dan kan ik straks niet meer goed hardlopen.
- Misschien moet ik de havermout uit de koelkast alsnog opeten.
- Of nog een banaan nemen.
Ik merkte dat ik ineens overal zin in had en zelfs begon te denken dat ik misschien honger had.
Toen probeerde ik opnieuw onderscheid te maken tussen wat mijn hoofd zei en wat mijn lichaam aangaf. Ik vroeg mezelf af:
“Hoe voelt mijn maag eigenlijk?“
Mijn maag voelde nog steeds van streek door de suikerwafels en leek eigenlijk genoeg te hebben gehad.
Daarop zei ik letterlijk tegen mezelf:
“Ik luister nu naar mijn maag. Die heeft genoeg gehad en verdient rust. Zelfs als ik vandaag iets minder heb gegeten, verlies ik door één dag niet ineens mijn spieren. Ik wil nu ook niet meer eten, want dan krijg ik waarschijnlijk alleen maar reflux en meer last van mijn maag. Morgen kan ik gewoon weer eten.“
Daarna ben ik gaan slapen.
Achteraf ben ik trots op dat moment, omdat ik niet vanuit angst alsnog ben gaan eten.
Belangrijkste patronen van deze dag
- Ik ben vrijwel continu bezig met eten, porties, calorieën en voedingsstoffen.
- Het denken in wel mogen en niet mogen is sterk aanwezig.
- Ik ervaar veel regels rondom wat, hoeveel en wanneer ik mag eten of drinken.
- Ik ben bang dat ik te weinig eet, spieren verlies of uiteindelijk niet meer goed kan hardlopen.
- Tegelijkertijd ben ik bang dat ik te veel eet, opnieuw vastloop of weer aankom.
- Ik vind het moeilijk om een prettig verzadigd gevoel te herkennen.
- Ik probeer steeds opnieuw onderscheid te maken tussen wat mijn hoofd zegt en wat mijn lichaam aangeeft.
- Ik gebruik eten regelmatig om onrust, twijfel of angst voor een later moment op te lossen.
- Toch zijn er ook steeds vaker momenten waarop ik bewust stop, iets laat staan of een keuze maak op basis van mijn lichaam in plaats van op basis van angst.
Positieve keuzes die ik maakte
- Ik bewaarde de helft van mijn overnight oats toen ik merkte dat ik genoeg had.
- Ik at aan tafel en probeerde mijn aandacht bij het eten te houden.
- Ik gooide de tweede cracker weg om het gevoel dat weggooien “zonde” is te doorbreken.
- Ik maakte een wandeling toen ik onrustig werd.
- Ik deed yoga in plaats van alleen maar af te tellen totdat ik weer mocht eten.
- Ik nam een passende portie meloen en stopte toen mijn maag genoeg leek te hebben.
- Ik dronk eerst water toen ik niet wist of ik dorst of honger had.
- Ik zei het ontbijt bij de Intratuin af omdat twee sociale afspraken op één dag te veel energie zouden kosten.
- Ik at voor het slapengaan niet alsnog vanuit angst voor spierverlies of een te lage calorie-inname.
- Ik besloot mijn maag rust te geven nadat ik last had gekregen van de suikerwafels.
Conclusie
Wanneer ik aan deze dag terugdenk, gaat mijn aandacht bijna automatisch naar de twee suikerwafels en naar hoe ziek ik daarvan werd. Op dat moment voelde het alsof alles wat eerder op de dag goed was gegaan daardoor niet meer telde. Alsof één keuze de volledige dag kon veranderen in een mislukking.
Maar wanneer ik de dag stap voor stap teruglees, zie ik iets anders.
Ik zie dat ik meerdere keren bewust probeerde te luisteren naar mijn lichaam. Ik stopte met mijn ontbijt toen ik genoeg had, liet eten liggen, zocht rust in wandelen en yoga en probeerde dorst, honger, trek en onrust van elkaar te onderscheiden. Ik gaf een sociale grens aan en besloot voor het slapengaan niet vanuit angst verder te eten.
Niet iedere keuze pakte uit zoals ik had gehoopt. De wafels laten juist zien hoe snel mijn gedachten een overtuigend verhaal kunnen vormen: dat iets nu op moet, dat het anders verloren gaat of dat het binnen mijn calorieën past en daarom geen probleem kan zijn. Dat ik wist dat één wafel waarschijnlijk genoeg was, betekende niet dat ik de tweede gedachte ook kon tegenhouden.
Dat maakt de rest van de dag niet waardeloos. Herstel zit voor mij niet in een dag waarop ik alles perfect doe. Het zit ook in het steeds opnieuw opmerken wat er gebeurt, proberen te begrijpen welke behoefte onder een gedachte ligt en na een moeilijk moment niet volledig opgeven.
Deze dag was daarom niet mislukt. Hij was vermoeiend, verwarrend en soms pijnlijk, maar er waren ook veel momenten waarop ik anders handelde dan ik misschien eerder zou hebben gedaan. Dat zijn geen grote of spectaculaire overwinningen. Het zijn kleine momenten waarop ik oefen met luisteren, begrenzen en opnieuw kiezen.
Misschien is dat op dit moment wat herstel voor mij betekent: niet dat de strijd ineens verdwenen is, maar dat ik mezelf er steeds iets vaker in kan herkennen en mezelf soms net op tijd een andere richting in kan sturen.

